Cursus Filosofie

in Laren (NH) en in De Bilt

In september 2018 begint er weer een cursus filosofie in Laren (NH) en in De Bilt. Deze cursus gaat over de Duitse filosoof Leibniz en diens gedachten over de oorsprong en aard van het kwaad in de wereld, die hij ontvouwde in zijn beroemde Theodicee (1710). Voorts is er aandacht voor het Britse utilitarisme dat geluk gelijkstelde met nuttigheid en het Amerikaanse pragmatisme dat denken koppelde aan actie: "denken is doen" en "waar is wat werkt". Vervolgens komt Ludwig Wittgenstein aan bod, de beroemde Oostenrijkse filosoof die een even opwindend leven had als zijn filosofie fascinerend was. Tot slot wordt er ingegaan op het modernisme: een nieuwe opvatting van tijd en ruimte rond 1900, zoals dat vorm kreeg in de schilderkunst, wetenschap, filosofie en muziek van die tijd. Een boeiende cursus van tien bijeenkomsten in Laren (NH) en in De Bilt.

eerste bijeenkomst: Mens en Dier: aan de hand van het zeer interessante boek van René ten Bos, Het geniale dier (2008), wordt duidelijk gemaakt dat de verschillen tussen mens en dier helemaal niet zo duidelijk zijn als filosofen eerder wel aannamen. Tussen mens en dier ligt een grijs gebied.

tweede bijeenkomst: Gottfried Wilhem Leibniz (1646-1716) was een van de werkelijk grote filosofen en daar zullen we zeker aandacht aan besteden. Maar hij ontwierp ook een binair getallen-systeem, correspondeerde met de keizers van Oostenrijk, Rusland en China over allerlei plannen en projecten, en dacht na over een universele taal die eenduidig denken moest vergemakkelijken. Het zal blijken dat Leibniz een buitengewoon boeiend leven heeft geleid.

derde bijeenkomst: Over de oorsprong van het kwaad in de wereld: waar komt dat vandaan als alles is geschapen door een almachtige en welwillende Schepper? Leibniz heeft daar een beroemd geworden boek over geschreven, de Theodizee (1710). Maar met de Shoa en wat er in Syrië gebeurt, bij voorbeeld, is dit vraagstuk onverminderd actueel.

vierde bijeenkomst: Utilitarisme en Pragmatisme (1): twee verwante stromingen uit de Britse en Amerikaanse filosofie van de 19e en 20ste eeuw, die de nadruk leggen op wat nuttig is voor de bevordering van ons geluk en wat praktisch is (wat het beste werkt) in onze oriëntatie op en kennisvorming van de werkelijkheid. Het gaat deze eerste keer over de Britten Jeremy Bentham (1748-1832) en John Stuart Mill (1806-1873)

vijfde bijeenkomst: Utilitarisme en Pragmatisme (2): deze tweede keer komen drie Amerikanen aan bod: Charles Peirce (wiskundige en filosoof 1839-1914), William James (psycholoog en filosoof 1842-1910, die hiernaast staat afgebeeld) en John Dewey (onderwijskundige en filosoof 1859-1952). Hun filosofie kun je samenvatten als “denken is doen”: denken moet in actie kunnen worden vertaald, anders bestaat het uit zinloze bespiegelingen.

zesde bijeenkomst: Ludwig Wittgenstein (1889-1951) werd geboren als een van de rijkste jongetjes van Oostenrijk, schreef zijn beroemde Tractatus in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, trok zich daarna terug als eenvoudig onderwijzer, om na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland professor in de filosofie in Cambridge te worden. Ronduit een fascinerende levensloop!

zevende bijeenkomst: Wittgenstein’s hoofdwerk, de Tractatus Logico-Philosophicus, komt deze keer uitvoerig aan bod. De Tractatus bestaat uit louter stellingen en substellingen, waarvan de laatste en beroemdste luidt: “Wat zich überhaupt laat zeggen, laat zich helder zeggen; en waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen.”

achtste bijeenkomst: Het modernisme (1): er is rond 1900 iets (en dat is een groot en belangrijk “iets”) fundamenteel veranderd in de manier waarop men de werkelijkheid waarnam en begreep. Dat wordt vooral zichtbaar in de schilderkunst: impressionisten en kubisten, bijvoorbeeld, keken met andere ogen naar de werkelijkheid. Deze eerste keer gaan we in op fascinerende overeenkomsten tussen schilderkunst, wetenschap, filosofie en muziek. Bepaald een “eye-opener”!

negende bijeenkomst: Het modernisme (2): deze keer aandacht voor de filosofische en natuurwetenschappelijke achtergronden van het modernisme: de nieuwe opvatting van ruimte en tijd rond 1900.

tiende bijeenkomst: Het modernisme (3): afronding van de thematiek van ruimte en tijd en een uitstapje naar fin de siècle Vienna, het Wenen van rond 1900, waar Wittgenstein in zijn kindertijd woonde en – iets later – Hitler als bohemien rondzwierf, en waar het modernisme een mengsel was van vooral stedebouwkunde, politiek, en schilderkunst.

U kunt nadere informatie aanvragen door even een emailtje te sturen (“graag info volgende cursus”) naar de docent, dr. Marinus de Baar: mdebaar@hetnet.nl